Helemaal van vooraf aan beginnen? Lees deel
1,
2, en
3
Pas wanneer de hele omgeving door de lens is geregistreerd, komt Louis op ons af, terwijl zijn twee collega’s uitgebreid de tijd nemen om het geheel vanuit andere cameraoogpunten in beeld te brengen.
"Hoe gaat het?" de headset van Louis’ Nokia priemt onder mijn neus.
"Waar slaat dit op jongens?" Kees duwt de headset van Louis weg en kijkt hem furieus aan.
“We maken jouw verhaal af man! Zonder jouw filmpje waren we hier niet eens geweest!”
“Mijn filmpje?”
“Ja man, de spectaculairste
SKOEPS-inzending in maanden. Eerst iemand die ligt te flippen op de vloer, mensen eromheen, dan een wilde worsteling van jou met een of ander gek wijf en daarna niks meer. Ongelofelijk dat je dat nog zo snel hebt kunnen opsturen!”
De stand van mijn mond biedt inmiddels de mogelijkheid om een stapel van veertien bierviltjes te herbergen.
“En dan komen jullie gewoon met een paar cameraatjes, zonder politie ofzo?”
“Mijn collega heeft ze net gebeld. Zo hadden we in elk geval de primeur.”
“Waar komt toch die neiging vandaan om tegenwoordig alles te moeten filmen?” Vraag ik Kees als we niet veel later de politieauto uitstappen. Kees fronst zijn wenkbrauwen. “Tja, waar zit dat in. Volgens mij zijn we gewoon bang om dingen te vergeten.” Hij stapt naar binnen en groet de baliemedewerkster. “Hé, heb je daar niet een paar weken geleden schaamteloos mee staan vozen, en wij maar wachten op ons bier?” Hij haalt zijn schouders op. “Zou kunnen. Als ik bij moest gaan houden met wie ik allemaal wat en waar gedaan heb, dan zou ik geen tijd meer overhebben om de voetbaluitslagen te checken.”
“Uw vriend kan zich echt niets van het hele voorval herinneren. Weet u zeker dat hij geen grote hoeveelheden drank heeft genuttigd of heeft drugs gebruikt?”
“Als er iemand nuchter was die avond, was het Kees wel. Ik kan me trouwens sowieso geen nuchterder persoon voorstellen dan Kees.” De agent kijkt bedenkelijk maar lijkt me te geloven. “En u kent geen van de personen die op het filmpje te zien zijn?”
“Ik kan al hun voornamen opnoemen.”
De agent kijkt me met een zuur lachje aan.
Nadat ik hem alles verteld heb wat ik nog weet, mag ik gaan. Hij raadt me aan vanavond niet naar het café te gaan. Dat wilden ze in het kader van het onderzoek nog even niet sluiten. De agent laat me uit en drukt me op mijn hart dat ze deze zaak hoog op nemen.
Het ooggetuigenonderzoek had niks opgeleverd, vertelt de agent me de volgende dag. Geen stamgasten te bekennen en niemand die zei iets gezien te hebben. Het verhaal wordt steeds onverklaarbaarder. Was ik dan de enige die niet in het complot zat en gisteren gezien heeft wat er gebeurd is? Ik kan het niet geloven. Zou de kroegbaas er misschien meer van weten? Die was plotseling onbereikbaar op zijn vakantiebestemming. De politie vertrouwt ‘het geval’ Kees niet en wil hem verder onderzoeken. Psychologisch, medisch. Volgens mij is hij oprecht, maar mijn verbaast niets meer.
Als een waas trekken de dagen die volgen aan me voorbij. Aan de ene kant voel ik me verloren en stuurloos. Het enige houvast dat ik had, mijn veilig toevluchtsoord, mijn vertrouwde maar ongecompliceerde vriendengroep, is niet meer.
Het doet me pijn wanneer ik langs het Nieuwe Plein fiets en de gesloten luiken en afzetlinten zie. De politie neemt de zaak inderdaad serieus: er zijn sporen van een onbekende stof in het bloed van Kees gevonden en nu kijkt een team van specialisten of er vergelijkbaar materiaal te vinden is in het grand café.
Ik weet niet of ik wil weten wat er uit het onderzoek komt, wil weten wat zich allemaal heeft afgespeeld. Want aan de andere kant voel ik me ook wakker geschud. Voor mij kwam de klap niet toen ik merkte dat ik door mijn eigen vrienden uit- en opgesloten was. Voor mij kwam de klap toen ik realiseerde dat zij mijn vrienden niet waren. Dat ik eigenlijk sinds haar overlijden geen vrienden meer heb. Dat de wil om te vergeten me niets over had gelaten dan een stel medekneuzen, die elkaar alleen maar gebruiken om aan het bitse leven te ontsnappen. Bij mij kwam de klap toen ik merkte dat het geen ontsnappen, maar wegduwen was. Wegduwen van alles wat was, wegduwen van alles wat je bent. Zo wil en zo kan ik niet leven.
De uitslag van het onderzoek is bekend. De stof in Kees’ bloed bleek inderdaad afkomstig uit de kroeg. Het onderzoeksteam trof een ingenieuze installatie in het ventilatiesysteem aan waarmee de vloeistof in dampvorm door het café werd verspreid. Wat de precieze werking is, wordt nog onderzocht.
Ik weet het al.
Ik heb het altijd al geweten en heel mijn leven geprobeerd. Ik begrijp nu ook waarom alleen ík het weet. Vergeten, zelfs met de meest rigoureuze middelen zal het me niet lukken.