Met een zwaai eindigt mijn fiets zijn vrijdagavondritje tegen het hek op het Nieuwe Plein. Snel haal ik nog even een hand door mijn vochtige haar - dat zit wel goed - en stap mijn vertrouwde locatie binnen. Ik hoor het geroezemoes en snuif de karakteristieke geur op; de mengeling van bier en rook die we vanaf volgend jaar jammerlijk zullen gaan missen.
Binnen worstel ik me tussen de mensen door naar mijn bekende gebied. Mensen schuifelen opzij om de regendruppels die van mijn jas spatten te ontwijken. Het is aardig druk vandaag; voorin het grand café zie ik behoorlijk veel onbekende gezichten. Ik voel een hand op mijn schouder. "Ha Eric, ook weer eens hier?" Het is Bram. "Ik spreek je zo nog wel effe, is al weer lang geleden man!" Hij walst verder door het publiek, bier klotsend over de achteloze bezoekers.
Ongebonden
Ik doorzoek de menigte en zie achterin de bekende gezichten al staan. Stuk voor stuk verschillende types, maar met een paar dingen gemeen. Jong, intellectueel, ongebonden. In het dagelijks leven kennen we elkaar niet en ik zou van geen van allen de achternaam kunnen noemen. Maar hier wisselen we onze zwaarste problemen en diepste drijfveren uit.
Bellen doen we niet en bezoekjes vinden alleen plaats bij hoge uitzondering - meestal bij een combinatie van emoties, grote hoeveelheden drank en een sterke behoefte aan genegenheid. Dit soort uitstapjes blijven tussen de vier muren die getuige waren.
Het is een komen en gaan van gezichten, net een bejaardenhuis. Al ken ik de meeste toch inmiddels minstens een jaar. Wat er van de vertrokkenen is terechtgekomen zal altijd een mysterie blijven. Maar zolang we hier minstens een paar keer per maand komen, delen we onze diepste zielsroerselen met elkaar. Sluiten we vriendschappen zonder verleden en toekomst, die precies voldoen aan de behoeften van dit moment.
Ik zie Mark, de drukke zakenman van midden in de dertig die zich maar niet kan binden, met zijn blonde lokken boven de menigte uitsteken. Hij is in gesprek met fotografe Monique. Aantrekkelijk en energiek, maar met een patent op foute mannen. Net weer op eigen benen. Even verderop staat Freek, de vrijgevochten milieuactivist. Wilde geen kinderen tot zijn wereldbeeld hen een positievere toekomst zou gunnen. Tot zijn vrouw begreep dat wachten hierop even hopeloos zou zijn als de terugkomst van de messias en hem alleen met zijn idealen achterliet. Naast Freek hebben we Stefan, onze huishomo die weigert zich in die andere cafés te begeven waar hij met zijn looks ongetwijfeld een veel hoger slagingspercentage zou hebben. Gaf een aantal maanden geleden zijn baan in de consultancy op en zijn geaardheid bloot. Toen hij aan de slag was gegaan als ambtenaar bij de provincie weigerde hij óók zijn sociale leven om te gooien.
Stabiel
En dan ik. Ik kom, afhankelijk van hoe mijn leventje ervoor staat, gemiddeld zo’n twee keer per maand in dit grand café. Vanavond is mijn eerste bezoek sinds vijf weken. Ik was de laatste tijd druk en niet al te stabiel, en in zulke gevallen kan ik het beste maar uit de buurt van de biertap en de snel bestelde borrels blijven. Ik ken mezelf. In mijn zwaarste periodes geldt het café als laatste middel waar ik naar grijp. In zulke gevallen hebben de anderen meestal al vrij snel door hoe laat het is. Deze maand bleef ik weg, wat door hen dus zowel positief als negatief opgevat kon worden.
Ik gooi mijn jas over een barkruk en voel dat mijn elleboog een biertje schampt. Als ik me omdraai om luchtig mijn verontschuldigingen aan te bieden kijk ik recht in het enigszins geïrriteerde gezicht van Michael. Links van hem zie ik het verlopen uiterlijk van een vrouw. Ik herken haar rode krullen - van de verhalen die hij de afgelopen maanden met me deelde.
”Wa’s dat nou?” Zo, dat kwam er vriendelijk uit.
Michael kijkt me verwijtend aan.
”Je kent de regels toch? Geen exen, geen partners in het café. Wat doet Angela hier?”
“Doe niet zo bot, Eric. Haar moeder werd vandaag begraven en na een borrel in de buurt van de begraafplaats hadden we behoefte om het nog even te verwerken.”
”Dat zie ik ja. Maar waarom moet dat dan hier? We zouden dit soort drama’s op afstand houden; op deze manier is het hier geen veilige zone, maar een strijdtoneel.”
Michaels ogen spuwen vuur.
”Je weet best dat het niet zo simpel in elkaar zit. Alsof jij altijd zo’n prettig gezelschap bent als je hier aan de bar hangt.”
Zijn blik wordt ineens triomfantelijk. Hij doelt op mijn kutperiode, drie maanden geleden en precies een jaar nadat mijn vriendin overleden was. Toen moesten ze me onder mijn kruk vandaan vegen nadat ze hun pogingen om me van de wodka af te houden hadden gestaakt. In de taxi deelde ik het interieur opnieuw in en toen ik lopend verder mocht liet ik een spoor van glasscherven na bij alle bushokjes en andere doelwitten waarop 'schop mij' stond gekalkt.
”Nou moet je echt gaan oppassen, klootzak. Dat was een hoge uitzondering en had bovendien niks met de gedragscode te maken. Dat kwam vooral door jullie onvermogen om mij voor erger te behoeden.Hier hebben we het over dingen die jegewoon ergens anders moet uitvechten.”
Michaels borst staat nu dreigend recht tegenover de mijne en een lichamelijke confrontatie is slechts een kwestie van tijd.
Dan wringt Angela zich met geweld tussen ons beiden en sleurt Michael wild opzij richting de bar.
”Maik, we gaan,” smeekt ze tussen haar tranen door. We moeten hier weg.”
”Helemaal niet,” spreekt Michael haar triomfantelijk tegen. “Wij blijven mooi hier. Die jongen kan mooi de pot op met zijn regeltjes.”
Angela slaat haar ogen neer. Ze kent hem al langer dan vandaag en lijkt zich bij zijn standpunt neer te leggen.
Inmiddels heeft Mark zich uit zijn gesprek met Monique losgeweekt en is hij vlakbij komen staan. Hij stapt naar voren en mengt zich in het gesprek.
”Eric hangt vandaag de beleidsambtenaar uit,” sneert Michael. “Alleen heeft hij net zoveel tact en realiteitszin als zijn collega’s bij het ministerie.”
Ik voel dat mijn positie er niet beter op wordt en wil al weglopen. Ik heb al helemaal geen zin meer om nog te blijven, laat staan in dit soort conversaties. Waarom moet die slappe kerel heel mijn avond verpesten?
Gezellig
De barman, die het hele tafereel met enige argwaan vanuit zijn ooghoek had waargenomen, mengt zich in het gesprek.
”Ik geloof dat meneer en mevrouw hier niet echt sfeerbevorderlijk bezig zijn,” probeert hij de situatie tactvol te omschrijven. ”Dus ik heb twee opties: óf we drinken er eentje op en maken het vanaf nu weer gezellig, óf ik moet jullie vriendelijk verzoeken het pand te verlaten.”
Michael slikt een keer diep en lijkt zwijgend voor optie één te gaan, al maakt hij geen aanstalten om bij de bemiddelaar een bestelling te plaatsen.
Ik besluit de twee de rest van de avond te negeren en vraag om van het gezeik af te zijn om twee biertjes en een cola.
“Ik spreek jou nog wel een keer, jongen,” bijt ik hem toe als ik hem het Amsterdammertje in zijn hand druk.
“Was dat nou nodig, al die drukmakerij? Vraagt Mark als ik in even later aan de bar zit af te koelen.
“Jij weet net zo goed als ik hoe het gaat als we dit soort taferelen gewoon laten gebeuren. Dit gezelschap is mij gewoon heel veel waard en dat wil ik niet kapot laten maken door een zwakke avond van die lamme zak daar.”
”Er gebeurt toch niks?”
”Nou, je moest ze eens tegen elkaar tekeer zien gaan net. Dat is niet echt iets wat ik associeer met een relaxed avondje uit.Bovendien waren zijn verhalen over eerdere voorvallen ook niet echt geruststellend.”
Marc laat zich niet zo makkelijk overtuigen. ”Calm down. Het is de eerste keer dat dit gebeurt en het loopt niet uit de hand, stelt hij me gerust. Ondertussen observeert hij het tweetal achter me nauwkeurig. “We kijken het gewoon even aan en waarschijnlijk zien we haar nooit meer terug.”
Dan ineens lichten zijn ogen op en maakt hij een duik langs me. Verschrikt draai ik me om. Mijn adem stokt en het duurt een paar seconden voor ik doorheb wat zich achter mijn rug heeft afgespeeld...
Lees
volgende week verder voor het vervolg.